Rise and Fall van de toiletfinder

Wie een beetje vertrouwd is met open data hackatons kent het fenomeen:  de obligatoire ‘toiletfinder app’.

Naarmate de maturiteit rond open data groeit is de toiletfinder symbool geworden van de eerste fase van open data toepassingen. Het werd binnen de open data community ook het voorbeeld van de nood om deze fase te overstijgen. Want we weten dat er toch wel meer potentieel zit in open data toepassingen. Dus is er werk rond meer relevante data, realtime data en rechtstreekse verbinding met de masterdatabron.

Zelf heb ik dit ook gebruikt als voorbeeld of als aansporing van deelnemers aan hackatons:  “maak toch niet variant X op de toiletfinder”…

Maar misschien gaan we hier wat kort door de bocht.

Op het nationaal open data congres in Eindhoven (zie ook https://bartrosseau.wordpress.com/2013/04/17/153/) maakte Ton Zijlstra een opmerking die eigenlijk een eerherstel van de toiletfinder nodig maakt:

“Voor mensen die dank zij dit soort apps weer durven buiten gaan omdat ze snel een faciliteit kunnen vinden is het een life changer.”

En dit brengt ons weer bij de focus die open data moet hebben: goede oplossingen voor de eindgebruiker. En het is de gebruiker die de meerwaarde bepaalt.

Uiteraard moet de ambitie van open data verder reiken, maar bij deze:

eerherstel van de toiletfinder.

Af en toe wordt ik uitgenodigd om te praten over de Gentse Open Data ervaringen.
Onlangs mocht ik een bijdrage leveren op het Nationaal Open Data Congres in Eindhoven (http://www.openeindhoven.nl/2013/04/09/terugblik-open-data-congres-2013/ – #ncod13), waar ik mocht kennismaken met een aantal heel interessante projecten, o.a. http://www.oscity.nl.

De organisatie zat heel strak, de interactiviteit was top, en alles is vastgelegd voor het nageslacht en te bekijken via youtube: http://www.youtube.com/watch?v=Ln3RR4gwmmU (mijn bijdrage start op minuut 45)

Deze congressen blijven een goede netwerkopportuniteit, en illustreert hoe gelijklopend de uitdagingen zijn over verschillende steden en overheden. Nu nog goede manieren vinden om de gemeenschappelijke elementen aan te pakken.

Benieuwd naar het vervolg.